Een gedicht uit Rusland

IMG_1888

Twee bomen willen bij elkaar zijn.
Twee bomen, staande voor mijn huisje.
Mijn huis is oud. Net als de bomen.
Ik ben nog jong, want anders zou ik
Andermans bomen niet beklagen.

Het kleinste boompje strekt zijn armen,
Net als een vrouw, zo ver ’t kan reiken,
En het is wreed om te aanschouwen,
Hoe het zich uitstrekt naar de ander,
De oudste, sterkste en – misschien wel –
De ongelukkigste van beide.

Twee bomen in het avondgloeien
En in de regen – als er sneeuw valt –
Altijd, altijd: de een naar de ander,
Zo is de wet: de een naar de ander,
Eén enkele wet: de een naar de ander.

(Augustus 1919)

Marina Tsvetajeva

Uit: M.I. Tsvetajeva Werken, Uitgeverij G.A. van Oorschot, Amsterdam 1999, blz. 223 (Vertaald door Margriet Berg en Marja Wiebes)